De week van de 20 titel lijsten

Aandacht voor leesbevordering is er te over, al kan het altijd beter en meer… Gelukkig is die aandacht er niet alleen in het primair onderwijs, maar tegenwoordig ook steeds meer in het voortgezet onderwijs. Er wordt hard gewerkt om zowel leerlingen als docenten in de breedte te interesseren voor Lezen. En het liefst kijken we dan naar Vrij Lezen. Want als íets goed werkt is het wel in vrijheid een tekst kunnen kiezen die de leerling zelf interesseert, die hij of zij ook echt kán lezen en die niet van boven wordt opgelegd omdat die tekst bv. het minimale (technisch/begrijpend lezen) niveau bevat. Daarom wil ik op deze plaats een lans breken voor de boeken die speciaal voor onze zwakste lezers worden gemaakt. Veelal wordt daar op neergekeken. “Geen echt verhaal”, “geen goede zinsconstructies”, “zo leren ze toch niks…” De denigrerende opmerkingen vliegen je om de oren als je een stapel boeken in je handen hebt waarvan het uitlezen op zich al een prestatie is voor een aantal jongens en meisjes in ons VO. de-jongen-die-vliegtuigen-jatteGingen we er maar zo mee om: een schouderklopje voor de leerlingen die zelfstandig zo’n boek weten uit te lezen en er best nog zo eentje lusten. Daarom hieronder bijna 30 titels, redelijk actueel, een enkeling, bv. van Hanna Bervoets, is zelfs nog niet eens verschenen. Ik geef wat voorbeelden van series en wat voorbeelden van nieuwe titels, een enkele ‘oude’. Via de websites van de betreffende uitgeverijen kunnen jullie nog veel meer vinden. Helaas zijn er een paar series niet meer verkrijgbaar in de boekwinkels, maar hopelijk wel te vinden via de bibliotheken. En hoewel niet helemaal nieuw is het boek van Elise Fontenaille, “De jongen die vliegtuigen jatte”, van Manteau uit 2011 een echte aanrader. Compleet met een website en een facebookpagina erbij…

Mirjam Eppinga De laatste rit Eenv. Comm. Flitsen 2013
Johan van Caeneghem In het donker Eenv. Comm. Flitsen 2013
Dee Phillips De Titanic Eenv. Comm. Heftige historie 2013
Dee Phillips De ontsnapping Eenv. Comm. Heftige historie 2013
Dee Phillips X-factor Eenv. Comm. Picture this 2010 – Uitverkocht
Dee Phillips Gedumpt! Eenv. Comm. Picture this 2010 – Uitverkocht
Spike T. Adams Rotschop NBD Biblion – Fast Lane 2012 – Uitverkocht
Spike T. Adams Racemonsters NBD Biblion – Fast Lane 2012 – Uitverkocht
Fenna de vries De finale Eenv. Comm. Boekenboeien 2013
Marian Hoefnagel Transfer Eenv. Comm. Boekenboeien 2013
Do van Ranst Eline wordt een ster Manteau – Wablieft 2010 – Uitverkocht
Sylvia Vanden Heede Kind vermist Manteau – Wablieft 2010 – Uitverkocht
Inge Bergh Moordgriet De Eenhoorn – Lekker lezen 2013
Marte Jongbloed Mijn zus is verdwenen Van Tricht – Troef reeks 2014
Marte Jongbloed Een tiener als moeder Van Tricht – Troef reeks 2013
Lis van der Geer Eva’s andere leven Van Tricht – Troef reeks 2014
Marian Hoefnagel Drama Eenv. Comm. Reality Reeks 2012
Marian Hoefnagel Doe normaal! Eenv. Comm. Reality Reeks 2012
Marian Hoefnagel Vakantie in Samara Eenv. Comm. Reality Reeks 2013
Catherine Johnson Messcherp Eenv. Comm. Schaduw-reeks 2012
Helen Bird Geen weg terug Eenv. Comm. Schaduw-reeks 2012
Annie van Gansewinkel Vreemdgaan Eenv. Comm. Thuisfront 2014
Annie van Gansewinkel Zat Eenv. Comm. Thuisfront 2010
Athur Conan Doyle Sherlock Holmes Eenv. Comm. Wereldverhalen 2014
Lieneke Dijkzeul De geur van regen Eenv. Comm. Misdadig 2014
Judith Visser Stuk Eenv. Comm. Misdadig 2013
Fayza Oum’Hamed De uitverkorene Eenv. Comm. Leeslicht 2013
Hanna Bervoets Lieve Céline Eenv. Comm. Leeslicht 2014

De laattse rit Stuk Vreemdgaan

Geplaatst in Bibliotheek, Boekhandel, Makkelijk lezen, Voortgezet onderwijs | Getagged , | Een reactie plaatsen

Hoe vrij mag vrij lezen zijn?

Gisteren stond ik in de Amsterdam Arena. Lezen Centraal 014Voor het eerst in mijn leven was ik in een voetbalstadion, en wát voor een. Ik was daar om een lezing te geven tijdens Lezen Centraal 2014 met als thema  “Jongens scoren met lezen!”, vandaar natuurlijk de locatie én mijn aanwezigheid…

In de ochtend werd het Vaders Voor Lezen elftal gepresenteerd, een uitstekende marketingtruc van De Leescoalitie. Daarbij werd benadrukt dat vaders hun jongens toch vooral lekkere, stoere boeken moeten voorlezen die ze liefst samen in de bibliotheek of boekhandel uitzoeken. Die vrije keuze kwam de rest van de dag nog een paar keer terug en daarbij ook de vraag of wat wij ‘vrij lezen’ vinden ook wel echt ‘vrij’ te noemen is.  Zo ook bij de lezing van Peter Zantingh. De jonge auteur van “Een uur en achttien minuten” vertelde  hoe hij als kind in een geletterd gezin, zich van een redelijk normaal lezend kind, via een jeugd met veel voetbal en feest, uiteindelijk ontwikkelde tot een regelmatige lezer, en nu dus zelfs auteur.

Peter vertelde over een schoolbezoek ergens in Noord Holland, waarbij alle leerlingen van de betreffende klas zijn boek hadden gelezen. Heel fijn voor de auteur, 25 of 30 leerlingen, allemaal met jouw boek in de hand. En ook voor de leerlingen zeer zinvol, want het podium van het boek is precies zo’n dorp in Noord Holland met niet veel meer dan een voetbalclub, een snackbar en de jaarlijkse kermis. Dubbel zinvol zelfs, want de thema’s van het boek, rouwverwerking en verlies, liggen daar in Noord Holland voor het oprapen bij het ongekend hoge suïcidepercentage onder jongeren.

Los van de vraag hoe gemotiveerd de leerlingen wel of niet aan het boek begonnen kwam de vraag uit de publiek hoe ‘vrij’ de leerlingen waren geweest in hun keuze van dit boek. Dit werd fijn geïllustreerd door Peter zelf die even inzoomde op een van de leerlingen die het boek op z’n kop vasthield tijdens een groepsfoto! “Dit had ik zelf kunnen zijn, 12 jaar geleden, de leukste van de klas…”.  Hoe zinvol deze leesactiviteit ook is, een echte vrije keuze kon je dit niet noemen was de conclusie van het publiek.

Op het Vathorst College in Amersfoort pakken we dit als volgt aan: alle 4e klassen lezen een boek rondom hetzelfde thema. Het thema van dit voorjaar is ‘rouwverwerking, verlies, afscheid’. De docenten kiezen allereerst vier tot zes boeken die ze presenteren aan hun eigen klas. Het gaat daarbij om de volgende titels:Een uur en achttien minuten

Peter Zantingh, Een uur en achttien minuten
Jan van Mersbergen, De macht over het stuur,
Deniz Kuypers, Dagen zonder Dulci,
Maurits de Bruijn, Broer,
Sidney Vollmer, Alles ruikt naar chocola,
Steef van Gorkum, De twee jaar nadat.

Daarnaast kregen de leerlingen een lijst met meer dan 20 aanvullende, actuele, titels. Titels die niet in de canon staan, die niet zijn ingedeeld door www.lezenvoordelijst.nl , maar titels van actieve,  meest jonge,  tot de verbeelding sprekende auteurs.  En ook hier kun je de vraag stellen of dit wel een ‘vrije’ keuze oplevert, een kleine 30 boeken over hetzelfde thema. Misschien willen de leerlingen helemaal niet lezen over rouw… hoe actueel de boeken of hoe aansprekend de auteurs ook zijn? Wat het wél oplevert gaan we vastleggen. Volgende week vinden er groepsgesprekjes plaats en een dag later wordt een aantal leerlingen geïnterviewd door twee redacteuren van De Leesfabriek. Kijken wat dat oplevert? Binnenkort in dit theater!

Geplaatst in Advies op maat, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Vaders voor Lezen

Iedereen kent het fenomeen dat mama’s (en oma’s) veel meer voorlezen dan papa’s (en opa’s). Behalve dan in een klein percentage ( 8%) van de gezinnen waar -veelal jonge- vaders méér voorlezen dan hun ega. Een ervan is Stefan Wijnberg die in zijn blog op Papa Pent van 14 december j.l. vertelt over het voorlezen aan zijn kinderen en zijn collega-papa’s een hart onder de riem steekt met maar liefst 25 voorleestips. Je kunt je afvragen of dat niet wat al te veel is…

Maar moeders lezen gemiddeld genomen dus veel vakerVaders_def voor dan vaders. Daarom is er een nieuwe campagne gestart met als slogan ‘Vaders Voor Lezen’.  Wanneer we onze kinderen elke dag een kwartier voorlezen dan resulteert dat in een sterk vergrootte woordenschat van 1000 woorden per jaar extra. Opmerkelijk is dat de sociaal-economische status van het gezin waarin wordt voorgelezen helemaal niet uitmaakt. Alle kinderen profiteren er evenveel van en bovendien is het een verworvenheid die kinderen die niet voorgelezen worden nooit meer inhalen! Lees de betreffende pagina’s op leesmonitor.nl er maar eens op na en je bent extra gemotiveerd om wakker te blijven bij het voorlezen van wéér het zelfde prentenboek aan je eigen kinderen…

Met voorlezen kun je niet vroeg genoeg beginnen. De woordenschat en taalontwikkeling van je kind kun je vanaf het allervroegste begin stimuleren. Mini-boekjes pakken en weggooien, stoffen boekjes in je mond stoppen, knisperboekjes fijnknijpen… en natuurlijk plaatjes kijken! Dat laatste kan al vanaf ongeveer 9 maanden, neem je kind op schoot begin samen de plaatjes te bekijken, wijs iets aan, imiteer een dierengeluid en ontdek samen waar je kind het beste op reageert. Pak dat op en borduur daarop verder. Je kunt eigenlijk al heel snel kleine prentenboeken bekijken,  liedjes zingen en ritmisch rijmpjes opzeggen. Je merkt snel genoeg wanneer kinderen méér willen lezen, een ander verhaal willen horen of juist steeds weer dat ene verhaal kiezen. En tsja, dat hoort er ook bij: herhaling, steeds weer! Natuurlijk kun je ook zelf een verhaal verzinnen of naast de prentenboeken ook echte verhalen gaan voorlezen. Er is wereld aan keuze in de (kinder)boekhandel en natuurlijk bij de bibliotheken te vinden.

Het boek waar je op dit moment over struikelt is “Krrr…okodil”. Het boek is uitgekozen als best bruikbare boek om samen met kinderen leesplezier te ontdekken en door te kunnen praten over wat er allemaal in de het boek gebeurt. In het volgende filmpje laat Jan Verbart van de bibliotheek in Breda zien hoe je met eenvoudige middelen veel reacties bij al heel jonge kinderen kunt losmaken.

Voorleestips Jan Verbart

En als je geen geduld genoeg hebt om hetVoorleesplaatje
filmpje helemaal uit te kijken… dan heb ik hier nog een aantal tips die ik vond op een oude boekenlegger die de CPNB ooit maakte. Bovendien een lijstje met tips voor prentenboeken en voorleesverhalen, voorzien van leeftijden voor een echte quick-start! Natuurlijk zijn dat in dit geval boekentips met stoere verhalen die papa’s gráág zullen voorlezen, en wie weet zijn er ook enkele mama’s en oma’s die van piraten draken houden.

Vijf Gouden Voorleestips voor… iederéén !!!
• Lees voor uit een prentenboek dat u zelf ook leuk vindt,
• Kies boeken die aansluiten bij wat uw kinderen meemaken,
• Zorg dat uw kinderen goed mee kunnen kijken,
• Praat over het verhaaltje na en verzin er samen van alles bij,
• Een boek meer dan één keer voorlezen mag.

PRENTENBOEKEN
Boer Boris, Ted van Lieshout, 2+
Mijn pappa, Guido van Genechten, 2+
Waar is de taart?, Thé Tjong Khing, 3+
Ik lust wel een kindje, Sylviane Donio, 3+
Aadje Piraatje, Marjet Huiberts, 3+
Met papa mee, Arend van Dam, 3+
De Moedhoed, Lida Dijkstra, 3+
Superbeesje onderweg, Guido Genechten, 3+
De Gruffalo, Julia Donaldson, 3+
Agent en Boef, Tjibbe Veldkamp, 3+
Tim op de Tegels, Tjibbe Veldkamp, 4+
De wegpiraat, Julia Donaldson, 4+
Broertje ruilen, Jan Ormerod, 4+
Temmer Tom, Tjibbe Veldkamp, 4+
De coole cowboy, Tjibbe Veldkamp, 4+
De vijf brandweermannetjes, 4+
Billy de kip, Marcel van Driel, 4+
Waar is de draak?, Richard Hook, 4+
Spacey zoekt zijn planeet, Govert Schilling, 4+
De held van alle helden, Mark Haayema, 4+
Tim en de boot, , Harmen van Straaten, 4+
Het dierenelftal van Milan, Gerard Gemert, 4+
Max en de maximonsters, Maurice Sendak, 4+
Poten omhoog!, Catharina Valckx, 4+
Billy en de indiaan, Catharina Valckx, 4+
Wessel van Texel, Erik van Os, 4+
Kapitein Sladrop, Korky Paul, 4+

VERHALEN
Allemaal onzin, Paul van Loon, 4+
Het grote boek van Robin, Sjoerd Kuyper, 4+
Ridders, dino’s en piraten, 5+
Wolf en Hond-serie, Sylvia van den Heede, 6+
Ellie en Nellie-serie, Rindert Kromhout, 6+
De kleine kapitein, Paul Biegel, 6+
De klas van Daan, René van der Velde, 6+
Het Sleutelkruid van Paul Biegel, 6+
Keizer, Koos Meinderts, 6+
Mijn vader, Toon Tellegen, 6+
Kapitein Kwadraat, Peter Smit, 7+
Daantje de Wereldkampioen, Roald Dahl, 7+
Piraten van hiernaast, Reggie Naus, 7+
Vlo en Stiekel, Pieter Koolwijk, 7+
Super Jan, Harmen van Straaten, 7+
De vindeling , Stefan Boonen, 7+
Mijn hamster is een spion, Dave Low, 8+
Dr. Proktors schetenpoeder, Jo Nesbo, 8+
Olivier en de dwaaleilanden, Philip Reeve, 8+
Toen kwam Sam, Edward v/d Vendel, 8+
Raadsels van Sam, Edward v/d Vendel, 8+
Superhelp, Benny Lindelauf, 8+
Schaduw v Zwarterik, Henk Hardeman, 8+
Oma Boef, David Williams, 8+
Red mijn hond, Anna Woltz, 9+
De zevensprong, Tonke Dragt, 9+

Geplaatst in Bibliotheek, Boekhandel, Primair onderwijs, Voorschoolse taalontwikkeling | Een reactie plaatsen

Blij met 0.353

Het zal wel selectieve perceptie zijn, maar de laatste weken kom ik ze steeds tegen: onderzoeksresultaten over lezende jongeren vanaf een jaar of 15. En omdat ik nou eenmaal meer van de taal dan van het rekenen ben heb ik even wat tijd nodig gehad om het goed tot me te laten doordringen… Ik word heel blij van deze cijfers. Vooral van 0.353, maar daarover later meer. Drie onderzoeken bereikten de (social) media, en bij deze ook U!

Voxburner thema-onderzoek, 18 oktober
Het Engelse jongerenmarketing bureau Voxburner onderzocht in september en oktober van dit jaar de voorkeuren voor fysieke producten versus digitale content van meer dan 1400 (!) jongeren tussen 16 en 24 jaar.
62 % van de jongeren geeft de voorkeur aan gedrukte boeken boven ebooks. De twee belangrijkste redenen voor deze voorkeur zijn dat zij vinden dat een boek waar voor hun geld biedt, en dat gedrukte boeken een emotionele waarde voor hen vertegenwoordigen. Kwalitatieve elementen zijn verder: verzamelen, geur en een gevulde boekenplank. Boekenbezit blijkt voor veel jongeren veel meer een statussymbool te zijn dan velen denken. “Je kunt niet zien wat iemand op zijn Kindle gelezen heeft” . The Guardian publicatie van 25 november jl. vatte het materiaal samen van het Voxburner onderzoek.

GFK boekenbranchemeting, medio november
GfK Intomart voerde in opdracht van de KVB een boekenbranchemeting (26/2013) uit met als thema het kopen, lezen en lenen van boeken onder 975 jongeren tussen de 14 en 25 jaar. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat de leesfrequentie in de vrije tijd van jongeren afneemt na 15 jaar en pas na hun 20ste weer toeneemt. De belangrijkste conclusie lijkt echter te zijn dat maar liefst 62 procent boeken lezen een leuke vrijetijdsbesteding vindt. Parallel aan de eerste constatering is het wel zo dat dat toeneemt met het ouder worden; jongeren van 21 tot 25 jaar vinden lezen significant leuker dan jongeren van 14-20 jaar.

Andere gegevens die het onderzoek opleverde zijn bv.
– 67% leest alleen/het liefst van papier,
– 72% kan zich goed inleven,
– 54% leest wel eens een boek voor de tweede keer,
– 87% ziet een van de ouders wel eens lezen,
– 84% wordt door school met boeken in aanraking gebracht,
– 82% bezoekt tenminste een keer per maand de mediatheek of bibliotheek,
– 40% van de jongeren kiezen hun boek zelf uit,
– 36% krijgt advies van moeder en 31 % van hun vriend(innen),
– tegen 9% van een docent, 7% van een boekverkoper
en slechts 4% van een bibliotheekmedewerker,
– 58% praat onderling wel eens over boeken,
– Boekhandelsbezoek groeit van 30% (14-15 jarigen) naar 43% (21-25 jarigen),
– Zelfstandig boekenaanschaf groeit van 34% naar 80%,
– Bibliotheeklidmaatschap neemt drastisch af van 85% naar 15%…
– 20% gebruikt wel eens een bibliotheekpas van een ander om boeken te lenen…

Door de bank genomen lijkt het heel redelijk gesteld met koop-, leen- en leesgedrag onder jongeren vanaf 14 jaar. Maar in het onderzoek vinden we geen antwoord op de vraag óf en hoe fijn ze het werkelijk vinden om echt ‘vrij’ te lezen, en ook geeft het onderzoek geen antwoord op de vraag waarom er zo’n terugval plaatsvindt tussen de 15 en 20, noch een verklaring van de toename in belangstelling voor boeken vanaf hun 20ste. Daar heb ik natuurlijk mijn ideeën over, maar die kent u zo langzamerhand wel.

(Grappig vind ik wel dat bij de vraag naar de bekendheid van boeken websites voor deze jongeren De Leesfabriek óók genoemd werd, 13 % heeft de website weleens bezocht of tenminste ervan gehoord. En dat ondanks het feit dat het nog steeds een kleine blogsite is die alleen omhoog gehouden wordt door de redactie en een groepje enthousiaste bloggers. Wat zou het mooi zijn als we daar eens substantiële steun voor zouden krijgen…)

Stephen Krashen congres lezing, 20 november
Op het jubileumcongres van Stichting Lezen (25 jaar! Gefeliciteerd!) sprak Stephen Krashen over het belang van vrij lezen voor de taalontwikkeling en de leesmotivatie van kinderen.

‘Reading for pleasure is the most powerful tool we have in language education. It is the only path there is in reaching higher levels of literacy, it is the source of increasing our reading ability, our vocabulary, spelling, the ability to handle complex grammar and to write comprehensively. We never had such good evidence from research that libraries are of such vital importance, yet governments all over the world are failing to provide acces to books.’

In zijn bijdrage verwijst Krashen o.a. naar de onderzoeksresultaten van Sullivan en Brown (2013) die als -onderdeel van longitudinaal onderzoek onder 3424 kinderen in de UK- verschillende testen (o.a. leesvaardigheid) afnamen en de resultaten daarbij analyseerden op voorspellende factoren voor woordenschat, spelling en rekenen. De leesvaardigheid van 10 jarigen is een sterke voorspeller voor hun woordenschatniveau als ze 16 jaar zijn. Maar leesfrequentie is een nóg sterker voorspeller dan leesvaardigheid, zowel voor 10 jarigen als voor 16 jarigen. Dit ondersteunt de stelling dat geletterdheid, de literaire ontwikkeling van jongeren, op elke leeftijd effectief verbeterd kan worden, zeker als dat gebeurt op basis van ‘free voluntary reading’, vrij lezen dus.

Ter info: ik zou nog even terugkomen op de cijfers 0.353…
De twee sterkste voorspellers van het woordenschatniveau van 16 jarigen zijn: ‘leest boeken op 10-jarige leeftijd’ met een score van 0.313 en ‘leest tenminste een keer per week boeken’ met een score van 0.353. En deze scores liggen veel hoger dan factoren als voorlezen (0.115), frequent bibliotheekbezoek (0.009), opleidingsniveau (0.255) en/of inkomen (0.02) van de ouders. Lees meer op de blogspot van Stephen Krashen. (even doorscrollen naar 13 september!)

Geplaatst in Bibliotheek, Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Blij met Bastiaan Bommeljé

Drie pagina’s ruimte voor ontlezing in Nederland, dat vond ik zaterdagavond op de tafel. Nadat ik de kop en de laatste alinea (NRC, 21 sept.) had gelezen dacht ik de inhoud verder wel te kunnen bedenken. Geweeklaag over het onderwijs en de teloorgang van onze intellectuele potentie, daar had ik even geen zin in op de zaterdagavond. Maar de schrijver van dit opiniestuk, Bastiaan Bommeljé, heeft me wakker gehouden en op zondagochtend heb ik het stuk toch maar helemaal gelezen. Ik bleek gelijk te hebben gehad… Het stuk signaleert veel misstanden, geeft een doemscenario voor het boekenvak, en ziet ons als nul-dimensionale lemmingen het ravijn in storten.

Afgezien van het feit dat er best het een en ander aan te merken valt op het lees- en schrijfonderwijs in Nederland en dat het boekenvak het erg moeilijk heeft schetst Bommeljé een wel heel zwart scenario. Hij onderbouwt zijn verhaal met feitenmateriaal en wetenschappelijk onderzoek… en dan? Dan niets! De uitgever / boekhandelaar / historicus / redacteur krijgt drie pagina’s de ruimte en draagt zelf niets concreets aan om de ontlezing te keren, geeft geen enkele voorzet, maakt ons eigenlijk alleen maar bang. Wat moeten we gaan doen, de boeken kopen van zijn uitgeverij, in zijn winkel? Aandringen dat de ruziënde politici het snel eens worden over onderwijs en cultuur? Dat heel Nederland zich plotseling, en masse bewust wordt dat we in een zeepbel leefden? Ik ziet het niet zo snel gebeuren… Was het opzet van Bommeljé? Geen perspectief te bieden en een discussie te forceren? Op zondag en maandag was er weinig van te merken in mijn tijdlijnen in de sociale media die meestal toch redelijk goed gevuld zijn met opinies van lezers en schrijvers, uitgevers en boekverkopers. Niets, behalve de link naar het NRC-artikel en de oproep dat we het vooral allemaal moesten lezen….

Wat gebeurt er dan wél op dit moment? Welke spelers zijn er, behalve de opleidingen die veelal naar binnen gekeerd zijn en voortdurend sleutelen aan hun curriculum waar buitenstaanders meestal weinig invloed op hebben?
De grote literaire fondsen en stichtingen zitten op hun handen. Ze beschermen hun eigen projecten en zijn vrijwel niet te bewegen over de heg te kijken. En als er eens iets opmerkelijks gebeurt dan is dat bijna altijd een project dat zich al heeft bewezen, meestal in Amsterdam. Het boekenvak dan? Uitgevers zijn zoekende en proberen de meest uiteenlopende dingen, soms ver buiten hun corebusiness, om maar contact te houden met hun publiek. Maar of die pogingen enig soelaas bieden is totaal onduidelijk. Er zijn fantastische boekverkopers die in hun eigen stad excelleren, maar teveel blijven er op hun eigen vierkante meter zitten en durven niet naar buiten te kijken. Jongeren worden niet aangesproken, behalve in het kader van enkele jaarlijks terugkerende activiteiten, activiteiten met een tijdelijk karakter, veelal met een te lage penetratie om daadwerkelijk betekenisvol te kunnen zijn.

Om werkelijk iets te kunnen betekenen moet er m.i. een beweging ontstaan van onderaf, een brede golfbeweging die hier en nu kan starten en echt iets tot stand kan brengen. Ik geloof namelijk helemaal niet dat kinderen en jongeren niet zouden willen lezen. Met passie en direct contact kun je ze actief krijgen, in hun eigen omgeving, in hun eigen tijd, in hun eigen belangstellingssfeer, dus ook met lezen. Natuurlijk moet je dan wel een paar dingen meebrengen: kennis en aandacht en wat extra tijd. Want alles wat aandacht krijgt groeit! Als het gaat om jongeren heb ik op mijn blog al eerder betoogd: “Passie voorkomt literaire armoede” en “Lezen is een sociale activiteit”. Het kader dat iedereen daarvoor kan gebruiken is ‘De Leesfabriek’, een concept waarin online én offline leesactiviteiten gecombineerd worden. De Leesfabriek faciliteert ontmoetingen rond een gedeelde passie voor lezen. Via de digitale snelweg én via het parallelle spoor van een actief lokaal netwerk. De Leesfabriek verbindt jongeren.

En als je dan niet De Leesfabriek wil gebruiken, laat dan alsjeblieft weten wat je wél gaat aanpakken om een substantiële bijdrage te leveren aan het stoppen van de ontlezing, niet over vier jaar, niet over één jaar, maar nu, vandaag. Ik ben benieuwd naar al jullie ideeën. Bedankt, Bastiaan Bommeljé, voor deze opening!
De foto rechts is overigens gemaakt in de stand van ‘Jonge Helden’ op de Antwerpse Boekenbeurs 2012. Mooi initiatief!!!

Geplaatst in Advies op maat, Bibliotheek, Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Weer thuis

De laatste weken hebben we veel uitgevers bezocht en de peilstok van De Leesfabriek in veel uitgeverijen gestoken. Promotie- en persmedewerkers, marketing managers, verkoopleiders, uitgevers… In allerlei combinaties spraken we hen in onze poging om betrokkenheid te creëren bij de uitbouw van het online platform van de Leesfabriek en de offline initiatieven om Lokale Leesfabrieken van de grond te trekken. Het lijkt erop dat dat gelukt is. Natuurlijk staan er veel praktische bezwaren tussen ‘willen’, ‘kunnen’ en ‘doen’. Maar zoals onze laatste gesprekspartner het formuleerde: “Het afbreukrisico is heel klein, maar de impact kan best wel eens heel groot worden”.

Waar waren we allemaal? Bij grote concerns met een aantal imprints, bij kleinere uitgevers, bij gerenommeerde literaire uitgevers en jonge bedrijven. Sommigen met 15 tot 20 boeken, sommigen met 5 boeken per aanbieding die interessant zijn voor de jongeren van De Leesfabriek. Maar zonder onderscheid allemaal nieuwsgierig naar ons concept dat online en offline combineert, allemaal nieuwsgierig naar de nauwe relatie die het concept heeft met lokale netwerken en dus óók met de lokale boekhandel. Een enkele gesprekspartner vroeg zelfs naar openingen om events op te tuigen richting de scholen…

Veel bijval tijdens deze gesprekronde dus, zoals we de afgelopen 2 jaar steeds veel bijval kregen, maar er toch niet in slaagden de fondsen bij elkaar te praten voor de doorontwikkeling van De Leesfabriek. Het lijkt er nu op dat we een kansrijke formule hebben gevonden. We gaan binnenkort een crowdfundingproject lanceren waarbij de uitgevers nauw betrokken zullen zijn. Wordt vervolgd!

Geplaatst in Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Uitgeverij | Getagged , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

YA is dood! Is YA dood?

Ik kreeg die vraag deze week van een uitgever. Berichten ‘van de winkelvloer’ waren de aanleiding voor deze vraag… Tsja, als je in de boekwinkels kijkt dan komen de boeken voorzien van een YA (voordeel) sticker je tegemoet. Je struikelt bijna over de displays in de gangpaden en de posters in rood/zwart of roze/wit zijn niet te ontwijken. Zo te zien lijkt YA helemaal niet ‘dood’.

De stapelverkoop van ‘Twilight’ en ‘The it-girl’ is tot stilstand gekomen, de spin-offs brengen ook niet meer wat de salesdirecteuren calculeerden, het wachten lijkt op een nieuw toppertje om daarna weer vrolijk verder te gaan in de sfeer van “hotter than Potter”. Toch is er meer aan de hand en ik denk dat het heel veel te maken heeft met wat er enerzijds bij uitgeverijen en anderzijds ‘op de winkelvloer’ verstaan wordt onder YA.

Door de grote aandacht voor deze term (nu alweer een jaar of vier), als was het een toverstokje dat voor instant-succes zou zorgen, zag je dat veel uitgeverijen hun hele jeugdfonds tot “YA” gingen uitroepen. Het maakte niet uit voor welke leeftijd, 15+, 14+, 13+, 12+, 11+…. Waar ik erg bang voor was en wat ik ook zag gebeuren was dat al snel vrijwel elk jeugdboek een YA-sticker kreeg. En veel winkeliers dachten daar zelf óók niet over na en zetten alles met die stickertjes midden in hun gangpad… Kortom, er ontstond al snel een enorme erosie van de term YA. In zo verre is YA inderdaad zo dood als een pier. Het wachten is nu op een nieuwe marketingterm, die over een paar jaar ook weer “op”, “leeg” en betekenisloos is.

Daarnaast is er echt nog iets anders aan de hand. Je ziet dat veel boeken YA genoemd worden, niet alleen in leeftijdsaanduiding, maar ook in genre. In de winkels zijn bergen fantasy-boeken en chicklit-titels binnengekomen die onmiddellijk tot YA werden gebombardeerd, terwijl ze dat eigenlijk helemaal niet zijn. In de VS, waar de term is geboren, wordt de aanduiding YA veel breder gebruikt. Het gaat dan niet over een leeftijdsaanduiding, bedacht door de uitgever, en ook niet over een genre zodat de winkelier het fijn allemaal bij elkaar kan zetten… nee, het is veel breder. Er is gewoon geen hek om de boeken, die YA zouden zijn, heen te zetten. Noem we iets YA, of juist niet? Best. Maar betekent dat meteen dat YA dood is?

Nee, ‘YA in de VS’ is niet dood. ‘YA in de VS’ gaat over mensen die boeken lezen, over lezers. Het is een doelgroep, die zelf haar eigen boeken kiest. En welke boeken zijn dat dan? Denk dan veel meer in de richting van de boeken die zijn gekozen voor de twee shortlists van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs. En meteen zie je dan ook weer het probleem ontstaan bij de jurering. Aan welke criteria moeten die boeken voldoen zodat ze met recht YA of liever ‘Jongerenliteratuur’ kunnen worden genoemd? Enkele recensenten stellen die kwestie telkens opnieuw aan de orde, zeker als het weer tijd is om de DJP uit te reiken (nu gelukkig al voor het vierde jaar). Vanuit hun perspectief is dat ook heel legitiem, want de gehanteerde criteria zijn op z’n best diffuus te noemen. “Boeken die bijzonder goed aansluiten op de belevingswereld van jongeren vanaf 15 jaar”, “ Boeken die jongeren zullen inspireren, prikkelen en verrassen”, “Boeken met een coming-of-age verhaal”, “Boeken die gaan over het ontdekken van je identiteit” etc… Inderdaad… diffuus. Maar dat probleem zien de jongeren helemaal niet, die kiezen zelf wel een goed boek. YA is dus toch niet dood? Nee, want die jongerendoelgroep is alive and kicking!

Het grootste probleem is m.i. dat veel uitgeverijen én winkeliers nog altijd kijken naar de aanbodzijde en veel te weinig naar de vraagzijde. Er móet gewoon elke maand een nieuw boek de markt in worden gepompt. En dat doet echt een heel aantal uitgeverijen… Veel winkeliers zijn bang dat ze een bestseller gaan missen en zetten die displays dus toch weer in dat gangpad. Aanbod dus! En de vraag? Ik denk dat er wel degelijk een goede vraag vanuit de jongeren bestaat, en dat er zeker ook voor jongerenliteratuur genoeg ruimte is. We zijn pas heel laat tot het besef gekomen dat we jongeren serieus moeten nemen, en hen om hun eigenheid moeten waarderen. “We”, dat zijn dus bemiddelaars op scholen, in bibliotheken én in de boekhandel. Zij hebben wel degelijk een mening over boeken en zijn best bereid wat geld neer te leggen voor een boek dat bij hen past. Maar ze hebben zo langzamerhand een weerstand tegen de koopverplichting van de trilogieën en neigen steeds meer naar de aanschaf van een goed verhaal in één boek. En daarbij kiezen ze steeds vaker voor een realistisch plot waarin ze zichzelf kunnen herkennen, met een historisch of actueel verhaal. We zien dus steeds minder vampieren/weerwolven en shopaholics/tv-sterren.

En dáár ligt volgens mij de kans voor veel uitgeverijen: breng geen uitwisselbare boeken van 10 verschillende auteurs die allemaal hetzelfde soort verhaal schrijven (zie de fantasy van A, de chicklit van B, of zelfs de ‘steamies’ (‘Vijfig tinten grijs’ voor rijpe jongeren) die binnenkort de markt gaan overspoelen. De goede boeken in de verschillende fondsen natuurlijk niet te na gesproken. Lever jezelf niet uit aan fabrieken die alleen maar trilogieën of series produceren, maar focus op een goed verhaal dat liefst in één boek past. Mijns inziens is er juist wèl een kans voor weloverwogen gekozen boeken met echte inhoud, goed gedoseerd, zonder een verkoopverplichting in een serie. Het etiket YA is dood, leve de Jongerenliteratuur!

Geplaatst in Bibliotheek, Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Uitgeverij, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gevraagd: creativiteit en verbinding bij uitgevers

In “De alles-is-andersshow van een boekenman” (NRC, 16-03-2013) betoogt VBK-directeur Wiet de Bruijn dat alles begint met creativiteit, verbinding, luisteren naar lezers én naar de boekhandel en met auteurs-exposure. Zijn doel is persoonlijke ontwikkeling en het verrijken van de lezer. Dat is mooi! Zeker als je ook nog eens bedenkt dat je hier een oud-docent van het VMBO aan het woord hoort. Een man met visie…

Goed, ‘verbinding’ dus…
Ik sprak onlangs al met Unieboek/Moon/Lemniscaat. Maar welke uitgeverijen willen werkelijk meedenken als het gaat om het faciliteren van lokale leesbevorderingsnetwerken, samen met boekhandels en scholen én met de bibliotheken? Zonder de belangen van een van deze partijen uit het oog te verliezen? In deze tijd waarin het vak opnieuw moet worden uitgevonden, in een tijd waarin natuurlijk ruimte moet zijn voor een verdienmodel, zonder jezelf te verliezen in een puur commercieel model… in een tijd waarin ‘delen’ en ‘ontmoeten’ (m.i.) sleutelbegrippen moeten zijn… is daar ruimte voor een vorm van samenwerking waarin de lezer centraal staat, de lezer die in zo’n netwerk herkent dat de plaatselijke bibliotheek, de lokale boekhandel, de mediatheek op school de aangewezen plekken zijn om zijn leeshonger te stillen? Veel uitgevers hebben zich daar de laatste tijd over uitgesproken en/of hebben geschreven in de vakpers / tijdschriften en kranten over wat we allemaal niet zouden moeten doen, dat we geïnspireerd en creatief aan de slag moeten gaan, etc. etc… Wordt het dan niet eens tijd om iets te gaan DOEN? Welke uitgever neemt de handschoen op om met ons (want ik ben heus niet de enige bevlogen boekverkoper / leesbevorderaar) sámen een model te verzinnen om lezers binnen zo’n lokaal netwerk aan zich te binden? Op een manier waarin de lezerstrouw er voor zorgt dat de lokale economie gestimuleerd wordt en er zodoende in lengte van dagen plekken blijven in hun eigen regio waar zij hun leeshonger kunnen blijven stillen. Wie praat mee met de intentie ook werkelijk iets te gaan DOEN?

Geplaatst in Bibliotheek, Boekhandel, Geen categorie, Uitgeverij | Getagged , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Jongerentrends 2013

Young Works, een volwassen bureau voor jongerencommunicatie, publiceert al een paar jaar rond de jaarwisseling haar trendoverzichten: in december een voorspelling met de top 10 jongerentrends voor 2013 en in januari een top 10 met onderwijstrends. Gecombineerd geeft het een aardig beeld van wat er in het leven van veel jongeren aan het verschuiven is. Werkt u met jongeren van 12 of 16 of 20 jaar? Gegarandeerd dat er in hun sociale omgeving thuis, op straat, in verenigingen, maar op school een aantal fenomenen de kop opsteken, die -wát we er ook van vinden- invloed hebben op hun gedrag, of jongeren nu zelf de bedenkers zijn van die fenomenen, early-adopters of volgers. Voor u is de opgave om daar op een goede manier mee om te gaan. Voor sommige onderwerpen is het overduidelijk en onontkoombaar, voor andere is het maar de vraag wat je er als individuele docent of jongerenwerker mee kunt.

Een open deur is het gebruik van ICT toepassingen, natuurlijk gaat het er niet om óf, maar hóe je je lessen aanpast aan de aanwezigheid van hardware in de klas. En als je leerlingen die spullen zelf al niet meebrengen (natúúrlijk doen ze dat allang) ga je ze misschien zelf al toepassen. Geef extra les via slimme internetfilmpjes en begeleid je leerlingen in het eindexamenproces, ook op afstand. Of zorg ervoor dat zij elkaar helpen zoals bv. gebeurt in het innovatieproject Leerlingen voor Leerlingen. Via deze weg is veel winst te behalen. De motivatie van de leerlingen neemt toe, maar u professionaliseert en inspireert niet alleen uzelf maar ook uw collega’s. Een heel aantal door YoungWorks gesignaleerde trends komen hierin samen. Voor leerlingen/jongeren, maar ook voor de professionals die om hen heen staan.

En de relatie met lezen en boeken door jongeren? Die ligt er natuurlijk duimendik bovenop: sharification, internet university, 24/7, beeldcultuur, verbinding, profilering… dat zijn allemaal trends die meer en meer verweven raken. Dat leidt tot uitwisseling van ideeën en het delen van passie, niet alleen via digitale platforms zoals ´GoodReads´ of De Leesfabriek, maar leidt in onderlinge samenhang ook tot initiatieven op lokaal niveau. Tijdschrift Elle schrijft over erover: “Bier & boeken, literair uitgaan is hip”, uitgeverijen organiseren literaire avonden, spontaan ontstaan er jonge coole leesclubs met books & bubbles, teveel om op te noemen…

En wat doet ú daarmee? Weet u welke jongeren in uw omgeving lezen? Het zijn er meer dan u denkt, dus start een leesgroep met liefhebbers op uw eigen school. U zult zien dat er bij elke volgende meeting méér jongeren op af komen. Zoek samenwerking met andere scholen, helemaal als er leuke book-events georganiseerd worden. Zoek daartoe de verbinding met de boekhandel in uw stad. Zij weten vaak de link te leggen met de auteurs en uitgeverijen. Bibliotheken kunnen zorgen voor de beschikbaarheid van leesexemplaren vooraf. Een actief lokaal netwerk levert zo steeds meer lezers op, jongeren die het lezen herontdekken en bovenal jongeren vanaf een jaar of 15, die niet meer afhaken omdat ze nu niet meer beperkt worden tot de verplichte literatuurlijst. Wat te denken bv. van drie nieuwe boeken van de afgelopen maand: “Alles wat er was” van Hanna Bervoets, “Tobi” van Vincent Overeem, en “De rouwclub” van Vrouwkje Tuinman.

Zie dit maar als een wake-up call, net als die van de gratis Budist app, waarbij je je kunt laten wakker bellen door een vriendelijke vreemde ergens aan de andere kant van de wereld, dan heeft u meteen ook de laatste jongerentrend van 2013 in beeld. Veel plezier, have a nice day!

Geplaatst in Bibliotheek, Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Brengt De Leesfabriek jongeren in de boekhandel?

Afgelopen week sprak ik een aantal boekverkopers over het concept van De Leesfabriek. Als initiatiefnemer ben ik natuurlijk blij veel spontane, positieve reacties te krijgen. En gelukkig zijn er ook constructief-kritische vragenstellers… Zij hébben al een kast met prachtige nieuwe boeken voor jongeren vanaf een jaar 15, zij hébben een goede relatie met VO-scholen. Wat biedt De Leesfabriek hen dan nog méér? Juist deze gesprekpartners dagen mij uit om een antwoord te formuleren voor álle gepassioneerde boekverkopers!

Ik weet dat er een aantal boekverkopers is dat op heel constructieve manier bezig is om de informatiestroom naar de VO-school optimaal te verzorgen en de relatie te intensiveren. Daar zijn daar allerlei vormen voor en ik weet dat die in meerdere of mindere mate ingezet worden in Nederland én in Vlaanderen. Natuurlijk zijn er ook bedreigingen in de vorm van een verregaande digitalisering, een ontwikkeling waar de boekenbranche nog steeds geen goed antwoord op heeft gevonden. Los van dat alles staat de bevlogenheid van individuele docenten, bibliothecarissen en boekverkopers. Een van hen schreef mij: “Aan mijn passie voor lezen hoef je niet te twijfelen, ik adem letters uit!” En dat weet ik, want ik ken hen persoonlijk! Wat kunnen deze actieve intermediairs dan nog extra toevoegen aan het werk waar ze met hun hele ziel en zaligheid mee bezig zijn?

Wat biedt De Leesfabriek dan extra? De digitale paraplu van De Leesfabriek die boven Nederland en Vlaanderen hangt zal uitgroeien tot een continue informatiestroom voor lezende jongeren, jongeren met een passie voor lezen, en vaak jongeren die om hen heen vrienden hebben die in meerdere in mindere mate óók lezen. Ik merk dat binnen het online gedeelte van De Leesfabriek olievlekjes ontstaan binnen regio’s waar een of meer recensenten actief zijn. Zij zijn een soort van ambassadeurs die hun lezende vrienden wijzen op het bestaan van het online-platform. Het is mijn overtuiging dat die vrienden gaan aanhaken en op hun beurt het platform in de toekomst steeds groter zullen maken.

Naast het online element is er een belangrijk offline element in het concept van De Leesfabriek dat een nieuwe impuls kan zijn voor de relatie met de jongeren. Elke bibliotheek heeft haar vaste klanten, elke school haar eigen leesbeesten en ook boekverkopers hebben in hun eigen winkel jongeren die veel vaker dan anderen langskomen. Dat zijn de lees-ambassadeurs in die stad/regio, de intermediairs zullen er een deel wel van kennen, maar vast niet allemaal. De boekverkoper kan in samenwerking met scholen en bibliotheek book-events organiseren op een centrale plek in de stad. Verzamel daar alle lees-ambassadeurs en laat ze kennismaken met elkaar, want sommige leerlingen zullen elkaar wel kennen binnen een school, maar de kans dat ze elkaar daarbuiten kennen is toch veel kleiner.

Dus wat is mijn antwoord op vraag wat de bijdrage is van een individuele boekverkoper in dit proces? Puntsgewijs:
(1) Jullie doen nu al heel veel en daardoor hebben jullie goede ingangen bij de scholen. Maak daar gebruik van om de leesambassadeurs van de scholen rechtstreeks aan te spreken. Help de school een leesgroep te formeren.
(2) Doe dat ook met je eigen heavy-users.
(3) Organiseer, eventueel samen met de bibliotheek en de scholen, book-events op een centrale plek buiten de scholen, zodat alle leesambassadeurs van de stad/regio elkaar leren kennen.

De kracht van het concept zit m.i. namelijk in de ontmoeting tussen gelijkgestemden. Creëer een ontmoetingsmoment / -plek waar jongeren vanaf een jaar of 15 hun passie voor lezen kunnen delen. Waar ze geïnspireerd en uitgedaagd worden nieuwe boeken / auteurs / genres te leren kennen. In vervolg-events zal je zien dat er méér jongeren met je ambassadeurs meekomen. Dat zijn veelal jongeren die tóch niet elke dag bij jou in de winkel komen, maar wel open staan voor een gezellige middag/avond, voor een kennismaking met een auteur of een leuk nieuw boek. Ritsel er een hapje, een drankje, een muziekje bij… Dat zijn allemaal ingrediënten waarmee je een eigen nieuwe en jonge lezerskring in de stad/regio creëert.

De opdracht die een actieve boekverkoper zichzelf zou moeten stellen is dus de jongeren uit de scholen te trekken en ze met elkaar in contact te brengen op een plek waar hij/zij de regie voert, waar hij/zij degene is die de informatiebron/autoriteit is en waar hij/zij degene is die het book-event mogelijk maakt. Maar het aller moeilijkste is om de jongeren dat niet te laten merken, het gaat om hén. Laat hen voelen dat zij het event tot een succes maken, dat is bijna een garantie dat ze een volgend event wéér aanwezig zullen zijn. Na verloop van tijd zullen dan ook wéten en uitdragen dat ze voor de allernieuwste boeken en auteurs bij díe actieve winkel terechtkunnen. (Dit past overigens naadloos in het Local Hero-project van de Kon. Boekverkopersbond, maar daarover een andere keer)

Ik hoop dat ik hiermee duidelijk heb kunnen maken hoe een boekhandel zich een heel eigen en onmisbare plaats kan verwerven als het gaat jongeren en lezen. Het boekenvak moet zichzelf opnieuw uitvinden en ik denk dat de elementen ‘online, niet zonder offline’, ‘ontmoeting’ en ‘delen’ daarin een cruciale rol gaan spelen. Op de crowdfunding-inspiratiemiddag waar ik gisteren was werden deze elementen óók benadrukt. Dat bevestigt mij in de overtuiging dat het boekenvak de antwoorden in díe richting moet zoeken…

Geplaatst in Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen