Weer thuis

De laatste weken hebben we veel uitgevers bezocht en de peilstok van De Leesfabriek in veel uitgeverijen gestoken. Promotie- en persmedewerkers, marketing managers, verkoopleiders, uitgevers… In allerlei combinaties spraken we hen in onze poging om betrokkenheid te creëren bij de uitbouw van het online platform van de Leesfabriek en de offline initiatieven om Lokale Leesfabrieken van de grond te trekken. Het lijkt erop dat dat gelukt is. Natuurlijk staan er veel praktische bezwaren tussen ‘willen’, ‘kunnen’ en ‘doen’. Maar zoals onze laatste gesprekspartner het formuleerde: “Het afbreukrisico is heel klein, maar de impact kan best wel eens heel groot worden”.

Waar waren we allemaal? Bij grote concerns met een aantal imprints, bij kleinere uitgevers, bij gerenommeerde literaire uitgevers en jonge bedrijven. Sommigen met 15 tot 20 boeken, sommigen met 5 boeken per aanbieding die interessant zijn voor de jongeren van De Leesfabriek. Maar zonder onderscheid allemaal nieuwsgierig naar ons concept dat online en offline combineert, allemaal nieuwsgierig naar de nauwe relatie die het concept heeft met lokale netwerken en dus óók met de lokale boekhandel. Een enkele gesprekspartner vroeg zelfs naar openingen om events op te tuigen richting de scholen…

Veel bijval tijdens deze gesprekronde dus, zoals we de afgelopen 2 jaar steeds veel bijval kregen, maar er toch niet in slaagden de fondsen bij elkaar te praten voor de doorontwikkeling van De Leesfabriek. Het lijkt er nu op dat we een kansrijke formule hebben gevonden. We gaan binnenkort een crowdfundingproject lanceren waarbij de uitgevers nauw betrokken zullen zijn. Wordt vervolgd!

Geplaatst in Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Uitgeverij | Getagged , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

YA is dood! Is YA dood?

Ik kreeg die vraag deze week van een uitgever. Berichten ‘van de winkelvloer’ waren de aanleiding voor deze vraag… Tsja, als je in de boekwinkels kijkt dan komen de boeken voorzien van een YA (voordeel) sticker je tegemoet. Je struikelt bijna over de displays in de gangpaden en de posters in rood/zwart of roze/wit zijn niet te ontwijken. Zo te zien lijkt YA helemaal niet ‘dood’.

De stapelverkoop van ‘Twilight’ en ‘The it-girl’ is tot stilstand gekomen, de spin-offs brengen ook niet meer wat de salesdirecteuren calculeerden, het wachten lijkt op een nieuw toppertje om daarna weer vrolijk verder te gaan in de sfeer van “hotter than Potter”. Toch is er meer aan de hand en ik denk dat het heel veel te maken heeft met wat er enerzijds bij uitgeverijen en anderzijds ‘op de winkelvloer’ verstaan wordt onder YA.

Door de grote aandacht voor deze term (nu alweer een jaar of vier), als was het een toverstokje dat voor instant-succes zou zorgen, zag je dat veel uitgeverijen hun hele jeugdfonds tot “YA” gingen uitroepen. Het maakte niet uit voor welke leeftijd, 15+, 14+, 13+, 12+, 11+…. Waar ik erg bang voor was en wat ik ook zag gebeuren was dat al snel vrijwel elk jeugdboek een YA-sticker kreeg. En veel winkeliers dachten daar zelf óók niet over na en zetten alles met die stickertjes midden in hun gangpad… Kortom, er ontstond al snel een enorme erosie van de term YA. In zo verre is YA inderdaad zo dood als een pier. Het wachten is nu op een nieuwe marketingterm, die over een paar jaar ook weer “op”, “leeg” en betekenisloos is.

Daarnaast is er echt nog iets anders aan de hand. Je ziet dat veel boeken YA genoemd worden, niet alleen in leeftijdsaanduiding, maar ook in genre. In de winkels zijn bergen fantasy-boeken en chicklit-titels binnengekomen die onmiddellijk tot YA werden gebombardeerd, terwijl ze dat eigenlijk helemaal niet zijn. In de VS, waar de term is geboren, wordt de aanduiding YA veel breder gebruikt. Het gaat dan niet over een leeftijdsaanduiding, bedacht door de uitgever, en ook niet over een genre zodat de winkelier het fijn allemaal bij elkaar kan zetten… nee, het is veel breder. Er is gewoon geen hek om de boeken, die YA zouden zijn, heen te zetten. Noem we iets YA, of juist niet? Best. Maar betekent dat meteen dat YA dood is?

Nee, ‘YA in de VS’ is niet dood. ‘YA in de VS’ gaat over mensen die boeken lezen, over lezers. Het is een doelgroep, die zelf haar eigen boeken kiest. En welke boeken zijn dat dan? Denk dan veel meer in de richting van de boeken die zijn gekozen voor de twee shortlists van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs. En meteen zie je dan ook weer het probleem ontstaan bij de jurering. Aan welke criteria moeten die boeken voldoen zodat ze met recht YA of liever ‘Jongerenliteratuur’ kunnen worden genoemd? Enkele recensenten stellen die kwestie telkens opnieuw aan de orde, zeker als het weer tijd is om de DJP uit te reiken (nu gelukkig al voor het vierde jaar). Vanuit hun perspectief is dat ook heel legitiem, want de gehanteerde criteria zijn op z’n best diffuus te noemen. “Boeken die bijzonder goed aansluiten op de belevingswereld van jongeren vanaf 15 jaar”, “ Boeken die jongeren zullen inspireren, prikkelen en verrassen”, “Boeken met een coming-of-age verhaal”, “Boeken die gaan over het ontdekken van je identiteit” etc… Inderdaad… diffuus. Maar dat probleem zien de jongeren helemaal niet, die kiezen zelf wel een goed boek. YA is dus toch niet dood? Nee, want die jongerendoelgroep is alive and kicking!

Het grootste probleem is m.i. dat veel uitgeverijen én winkeliers nog altijd kijken naar de aanbodzijde en veel te weinig naar de vraagzijde. Er móet gewoon elke maand een nieuw boek de markt in worden gepompt. En dat doet echt een heel aantal uitgeverijen… Veel winkeliers zijn bang dat ze een bestseller gaan missen en zetten die displays dus toch weer in dat gangpad. Aanbod dus! En de vraag? Ik denk dat er wel degelijk een goede vraag vanuit de jongeren bestaat, en dat er zeker ook voor jongerenliteratuur genoeg ruimte is. We zijn pas heel laat tot het besef gekomen dat we jongeren serieus moeten nemen, en hen om hun eigenheid moeten waarderen. “We”, dat zijn dus bemiddelaars op scholen, in bibliotheken én in de boekhandel. Zij hebben wel degelijk een mening over boeken en zijn best bereid wat geld neer te leggen voor een boek dat bij hen past. Maar ze hebben zo langzamerhand een weerstand tegen de koopverplichting van de trilogieën en neigen steeds meer naar de aanschaf van een goed verhaal in één boek. En daarbij kiezen ze steeds vaker voor een realistisch plot waarin ze zichzelf kunnen herkennen, met een historisch of actueel verhaal. We zien dus steeds minder vampieren/weerwolven en shopaholics/tv-sterren.

En dáár ligt volgens mij de kans voor veel uitgeverijen: breng geen uitwisselbare boeken van 10 verschillende auteurs die allemaal hetzelfde soort verhaal schrijven (zie de fantasy van A, de chicklit van B, of zelfs de ‘steamies’ (‘Vijfig tinten grijs’ voor rijpe jongeren) die binnenkort de markt gaan overspoelen. De goede boeken in de verschillende fondsen natuurlijk niet te na gesproken. Lever jezelf niet uit aan fabrieken die alleen maar trilogieën of series produceren, maar focus op een goed verhaal dat liefst in één boek past. Mijns inziens is er juist wèl een kans voor weloverwogen gekozen boeken met echte inhoud, goed gedoseerd, zonder een verkoopverplichting in een serie. Het etiket YA is dood, leve de Jongerenliteratuur!

Geplaatst in Bibliotheek, Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Uitgeverij, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gevraagd: creativiteit en verbinding bij uitgevers

In “De alles-is-andersshow van een boekenman” (NRC, 16-03-2013) betoogt VBK-directeur Wiet de Bruijn dat alles begint met creativiteit, verbinding, luisteren naar lezers én naar de boekhandel en met auteurs-exposure. Zijn doel is persoonlijke ontwikkeling en het verrijken van de lezer. Dat is mooi! Zeker als je ook nog eens bedenkt dat je hier een oud-docent van het VMBO aan het woord hoort. Een man met visie…

Goed, ‘verbinding’ dus…
Ik sprak onlangs al met Unieboek/Moon/Lemniscaat. Maar welke uitgeverijen willen werkelijk meedenken als het gaat om het faciliteren van lokale leesbevorderingsnetwerken, samen met boekhandels en scholen én met de bibliotheken? Zonder de belangen van een van deze partijen uit het oog te verliezen? In deze tijd waarin het vak opnieuw moet worden uitgevonden, in een tijd waarin natuurlijk ruimte moet zijn voor een verdienmodel, zonder jezelf te verliezen in een puur commercieel model… in een tijd waarin ‘delen’ en ‘ontmoeten’ (m.i.) sleutelbegrippen moeten zijn… is daar ruimte voor een vorm van samenwerking waarin de lezer centraal staat, de lezer die in zo’n netwerk herkent dat de plaatselijke bibliotheek, de lokale boekhandel, de mediatheek op school de aangewezen plekken zijn om zijn leeshonger te stillen? Veel uitgevers hebben zich daar de laatste tijd over uitgesproken en/of hebben geschreven in de vakpers / tijdschriften en kranten over wat we allemaal niet zouden moeten doen, dat we geïnspireerd en creatief aan de slag moeten gaan, etc. etc… Wordt het dan niet eens tijd om iets te gaan DOEN? Welke uitgever neemt de handschoen op om met ons (want ik ben heus niet de enige bevlogen boekverkoper / leesbevorderaar) sámen een model te verzinnen om lezers binnen zo’n lokaal netwerk aan zich te binden? Op een manier waarin de lezerstrouw er voor zorgt dat de lokale economie gestimuleerd wordt en er zodoende in lengte van dagen plekken blijven in hun eigen regio waar zij hun leeshonger kunnen blijven stillen. Wie praat mee met de intentie ook werkelijk iets te gaan DOEN?

Geplaatst in Bibliotheek, Boekhandel, Geen categorie, Uitgeverij | Getagged , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Jongerentrends 2013

Young Works, een volwassen bureau voor jongerencommunicatie, publiceert al een paar jaar rond de jaarwisseling haar trendoverzichten: in december een voorspelling met de top 10 jongerentrends voor 2013 en in januari een top 10 met onderwijstrends. Gecombineerd geeft het een aardig beeld van wat er in het leven van veel jongeren aan het verschuiven is. Werkt u met jongeren van 12 of 16 of 20 jaar? Gegarandeerd dat er in hun sociale omgeving thuis, op straat, in verenigingen, maar op school een aantal fenomenen de kop opsteken, die -wát we er ook van vinden- invloed hebben op hun gedrag, of jongeren nu zelf de bedenkers zijn van die fenomenen, early-adopters of volgers. Voor u is de opgave om daar op een goede manier mee om te gaan. Voor sommige onderwerpen is het overduidelijk en onontkoombaar, voor andere is het maar de vraag wat je er als individuele docent of jongerenwerker mee kunt.

Een open deur is het gebruik van ICT toepassingen, natuurlijk gaat het er niet om óf, maar hóe je je lessen aanpast aan de aanwezigheid van hardware in de klas. En als je leerlingen die spullen zelf al niet meebrengen (natúúrlijk doen ze dat allang) ga je ze misschien zelf al toepassen. Geef extra les via slimme internetfilmpjes en begeleid je leerlingen in het eindexamenproces, ook op afstand. Of zorg ervoor dat zij elkaar helpen zoals bv. gebeurt in het innovatieproject Leerlingen voor Leerlingen. Via deze weg is veel winst te behalen. De motivatie van de leerlingen neemt toe, maar u professionaliseert en inspireert niet alleen uzelf maar ook uw collega’s. Een heel aantal door YoungWorks gesignaleerde trends komen hierin samen. Voor leerlingen/jongeren, maar ook voor de professionals die om hen heen staan.

En de relatie met lezen en boeken door jongeren? Die ligt er natuurlijk duimendik bovenop: sharification, internet university, 24/7, beeldcultuur, verbinding, profilering… dat zijn allemaal trends die meer en meer verweven raken. Dat leidt tot uitwisseling van ideeën en het delen van passie, niet alleen via digitale platforms zoals ´GoodReads´ of De Leesfabriek, maar leidt in onderlinge samenhang ook tot initiatieven op lokaal niveau. Tijdschrift Elle schrijft over erover: “Bier & boeken, literair uitgaan is hip”, uitgeverijen organiseren literaire avonden, spontaan ontstaan er jonge coole leesclubs met books & bubbles, teveel om op te noemen…

En wat doet ú daarmee? Weet u welke jongeren in uw omgeving lezen? Het zijn er meer dan u denkt, dus start een leesgroep met liefhebbers op uw eigen school. U zult zien dat er bij elke volgende meeting méér jongeren op af komen. Zoek samenwerking met andere scholen, helemaal als er leuke book-events georganiseerd worden. Zoek daartoe de verbinding met de boekhandel in uw stad. Zij weten vaak de link te leggen met de auteurs en uitgeverijen. Bibliotheken kunnen zorgen voor de beschikbaarheid van leesexemplaren vooraf. Een actief lokaal netwerk levert zo steeds meer lezers op, jongeren die het lezen herontdekken en bovenal jongeren vanaf een jaar of 15, die niet meer afhaken omdat ze nu niet meer beperkt worden tot de verplichte literatuurlijst. Wat te denken bv. van drie nieuwe boeken van de afgelopen maand: “Alles wat er was” van Hanna Bervoets, “Tobi” van Vincent Overeem, en “De rouwclub” van Vrouwkje Tuinman.

Zie dit maar als een wake-up call, net als die van de gratis Budist app, waarbij je je kunt laten wakker bellen door een vriendelijke vreemde ergens aan de andere kant van de wereld, dan heeft u meteen ook de laatste jongerentrend van 2013 in beeld. Veel plezier, have a nice day!

Geplaatst in Bibliotheek, Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Brengt De Leesfabriek jongeren in de boekhandel?

Afgelopen week sprak ik een aantal boekverkopers over het concept van De Leesfabriek. Als initiatiefnemer ben ik natuurlijk blij veel spontane, positieve reacties te krijgen. En gelukkig zijn er ook constructief-kritische vragenstellers… Zij hébben al een kast met prachtige nieuwe boeken voor jongeren vanaf een jaar 15, zij hébben een goede relatie met VO-scholen. Wat biedt De Leesfabriek hen dan nog méér? Juist deze gesprekpartners dagen mij uit om een antwoord te formuleren voor álle gepassioneerde boekverkopers!

Ik weet dat er een aantal boekverkopers is dat op heel constructieve manier bezig is om de informatiestroom naar de VO-school optimaal te verzorgen en de relatie te intensiveren. Daar zijn daar allerlei vormen voor en ik weet dat die in meerdere of mindere mate ingezet worden in Nederland én in Vlaanderen. Natuurlijk zijn er ook bedreigingen in de vorm van een verregaande digitalisering, een ontwikkeling waar de boekenbranche nog steeds geen goed antwoord op heeft gevonden. Los van dat alles staat de bevlogenheid van individuele docenten, bibliothecarissen en boekverkopers. Een van hen schreef mij: “Aan mijn passie voor lezen hoef je niet te twijfelen, ik adem letters uit!” En dat weet ik, want ik ken hen persoonlijk! Wat kunnen deze actieve intermediairs dan nog extra toevoegen aan het werk waar ze met hun hele ziel en zaligheid mee bezig zijn?

Wat biedt De Leesfabriek dan extra? De digitale paraplu van De Leesfabriek die boven Nederland en Vlaanderen hangt zal uitgroeien tot een continue informatiestroom voor lezende jongeren, jongeren met een passie voor lezen, en vaak jongeren die om hen heen vrienden hebben die in meerdere in mindere mate óók lezen. Ik merk dat binnen het online gedeelte van De Leesfabriek olievlekjes ontstaan binnen regio’s waar een of meer recensenten actief zijn. Zij zijn een soort van ambassadeurs die hun lezende vrienden wijzen op het bestaan van het online-platform. Het is mijn overtuiging dat die vrienden gaan aanhaken en op hun beurt het platform in de toekomst steeds groter zullen maken.

Naast het online element is er een belangrijk offline element in het concept van De Leesfabriek dat een nieuwe impuls kan zijn voor de relatie met de jongeren. Elke bibliotheek heeft haar vaste klanten, elke school haar eigen leesbeesten en ook boekverkopers hebben in hun eigen winkel jongeren die veel vaker dan anderen langskomen. Dat zijn de lees-ambassadeurs in die stad/regio, de intermediairs zullen er een deel wel van kennen, maar vast niet allemaal. De boekverkoper kan in samenwerking met scholen en bibliotheek book-events organiseren op een centrale plek in de stad. Verzamel daar alle lees-ambassadeurs en laat ze kennismaken met elkaar, want sommige leerlingen zullen elkaar wel kennen binnen een school, maar de kans dat ze elkaar daarbuiten kennen is toch veel kleiner.

Dus wat is mijn antwoord op vraag wat de bijdrage is van een individuele boekverkoper in dit proces? Puntsgewijs:
(1) Jullie doen nu al heel veel en daardoor hebben jullie goede ingangen bij de scholen. Maak daar gebruik van om de leesambassadeurs van de scholen rechtstreeks aan te spreken. Help de school een leesgroep te formeren.
(2) Doe dat ook met je eigen heavy-users.
(3) Organiseer, eventueel samen met de bibliotheek en de scholen, book-events op een centrale plek buiten de scholen, zodat alle leesambassadeurs van de stad/regio elkaar leren kennen.

De kracht van het concept zit m.i. namelijk in de ontmoeting tussen gelijkgestemden. Creëer een ontmoetingsmoment / -plek waar jongeren vanaf een jaar of 15 hun passie voor lezen kunnen delen. Waar ze geïnspireerd en uitgedaagd worden nieuwe boeken / auteurs / genres te leren kennen. In vervolg-events zal je zien dat er méér jongeren met je ambassadeurs meekomen. Dat zijn veelal jongeren die tóch niet elke dag bij jou in de winkel komen, maar wel open staan voor een gezellige middag/avond, voor een kennismaking met een auteur of een leuk nieuw boek. Ritsel er een hapje, een drankje, een muziekje bij… Dat zijn allemaal ingrediënten waarmee je een eigen nieuwe en jonge lezerskring in de stad/regio creëert.

De opdracht die een actieve boekverkoper zichzelf zou moeten stellen is dus de jongeren uit de scholen te trekken en ze met elkaar in contact te brengen op een plek waar hij/zij de regie voert, waar hij/zij degene is die de informatiebron/autoriteit is en waar hij/zij degene is die het book-event mogelijk maakt. Maar het aller moeilijkste is om de jongeren dat niet te laten merken, het gaat om hén. Laat hen voelen dat zij het event tot een succes maken, dat is bijna een garantie dat ze een volgend event wéér aanwezig zullen zijn. Na verloop van tijd zullen dan ook wéten en uitdragen dat ze voor de allernieuwste boeken en auteurs bij díe actieve winkel terechtkunnen. (Dit past overigens naadloos in het Local Hero-project van de Kon. Boekverkopersbond, maar daarover een andere keer)

Ik hoop dat ik hiermee duidelijk heb kunnen maken hoe een boekhandel zich een heel eigen en onmisbare plaats kan verwerven als het gaat jongeren en lezen. Het boekenvak moet zichzelf opnieuw uitvinden en ik denk dat de elementen ‘online, niet zonder offline’, ‘ontmoeting’ en ‘delen’ daarin een cruciale rol gaan spelen. Op de crowdfunding-inspiratiemiddag waar ik gisteren was werden deze elementen óók benadrukt. Dat bevestigt mij in de overtuiging dat het boekenvak de antwoorden in díe richting moet zoeken…

Geplaatst in Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Lezen is een sociale activiteit

Dit najaar staan de kranten vol met berichten over dé boekhandel. Veelal over hoe slecht het gaat met de boekenbranche, over dalende marktcijfers voor de fysieke winkels, over een faillissement hier en een opheffing daar… Daartegenover de berichten van de stijgende omzetten van de webwinkels die via internet goede zaken doen. Het lijkt een verloren strijd voor de bricks vs. de clicks.

En toch knettert het in heel wat boekhandels van de activiteit. Het zijn veelal de onafhankelijke retailers die zorgen voor reuring op de vloer. Het zijn de boekverkopers met het profiel van de mensen in het DWDD-panel die er steeds weer in slagen hun winkel vol te krijgen. Zij blijken wél in staat om de zenuw van de beleving aan te raken.

Wat is dat eigenlijk, die ‘beleving’? Beleving is een fijn gevoel, meestal deel je het met iemand. Het heeft een samenbindend effect, zorgt ervoor dat je elkaar herkent, hetzelfde voelt en daar blij van wordt. Het zorgt ervoor dat die mensen een groepsgevoel ontwikkelen, een community gaan vormen. Zó maar loslopend in een mega-winkel zal je dit gevoel niet zo snel krijgen, daar zijn ze meestal te groot en te onpersoonlijk voor.

Gemeenschapsgevoel krijg je wel op een plek waar je de mensen kent of in ieder geval de verwachting hebt gelijkgestemden aan te treffen. Dat is voor een middelgrote winkel wel haalbaar, en zelfs ook mogelijk op internet. Zo beschrijft Arjen Fortuin op 2 november in NRC zijn bezoek aan literair New York. Er wordt door sommige uitgeverijen inmiddels heel bewust gebouwd aan literaire gemeenschappen. Fortuin geeft het voorbeeld van Richard Nash van Soft Skull Press dat ‘Cursor’ oprichtte, ‘een verzamelplaats voor onafhankelijke uitgeverijen, waar de oordelen van uitgevers en redacteuren samen moeten komen met the wisdom of the crowd: wat andere lezers van de geposte teksten vinden’. Ook citeert hij Joe Regal die afgelopen maand Zola Books lanceerde, een digitale leesclub en discussieplatform in één.

“Maar het is niet de technologie die het nieuwe bedrijf een plaats moet laten veroveren, zegt Regal. Dat is het bouwen aan een literaire gemeenschap. In de klassieke boekwinkel kwamen mensen niet alleen om boeken te kopen, maar ook om over boeken te praten en om advies te krijgen. Dat willen wij bij elkaar brengen: zowel de kennis van de boekwinkels als die van lezers, uitgevers en recensenten.” Op de site van Zola is een reeks recensies te lezen, maar kunnen ook lezers – en soms de schrijvers- met elkaar in gesprek. Bovendien kunnen boekhandelaren zich aansluiten.” Regal: “Er is bijvoorbeeld een heel erg goede misdaadboekwinkel hier in New York. De kennis die de mensen daar hebben, zou je ook aan de andere kant van het land moeten kunnen krijgen.”

Fortuin beschrijft een ontwikkeling aan uitgeverszijde die parallel loopt met wat lezers steeds meer zoeken. In de bijlage van Volkskrant beschrijft Peris Bekkering de recente bloei van de literaire voorleesavond, feestjes met boeken. Ook in haar artikel wordt duidelijk dat lezen en schrijven steeds meer sociale activiteiten worden. De (veelal jonge) auteurs uit de hele scene zijn bijna zonder uitzondeling aanwezig. Ze nemen hun vrienden mee, die weer meer bekenden uitnodigen via de social media. En zo bewijzen Twitter en facebook hun kracht niet alleen als het Project X – Haren betreft.

Zo hebben we 2 jaar geleden ook De Leesfabriek bedacht. Niet op basis van veel technologie, maar op basis van leesplezier. Eerst alles over boeken, lezen, recensies, discussie en nog meer online plaatsen. En dan er offline ook nog eens op terugkomen tijdens inspirerende book-events. Om kennis te maken met de mensen die jouw passie óók delen, die nieuwsgierig zijn naar die exotische auteur waar jij toevallig veel over weet, die graag die nieuwe dichter willen horen voordragen, die graag met de auteur willen discussiëren over dit theaterscript of over die verfilming. Of die lekker met een biertje achterover leunen, want … tijdens het gesprek op het podium blijft de bar gewoon open, in Nederland… en natuurlijk ook in Vlaanderen!

Geplaatst in Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Uitgeverij, Voortgezet onderwijs | Een reactie plaatsen

Passie voorkomt literaire armoede

Slagingspercentages en gemiddelde cijfers zijn belangrijke ijkpunten voor onderwijsinstellingen. Maar wat heeft de leerling werkelijk bereikt op het gebied van kennis, verdieping en motivatie? Leerlingen kijken niet met voldoening terug op de absolute kennis die de school hen heeft gebracht, maar juist op ‘leuke vakken en/of leuke docenten’. De echte winst zit in de passie van de docent die juist díe leerlingen wist te enthousiasmeren voor wiskunde, lezen, argumentatieleer of elektronica. Kennis en kunde op welk niveau dan ook worden meestal sec beoordeeld en hebben niets te maken met het plezier dat een leerling beleeft aan een vak. Passie van de docent resulteert in plezier en motivatie bij de leerlingen en vormt de meest waardevolle bouwsteen bij persoonlijke groei, en leidt dus tot betere schoolresultaten. Als deze begrippen al te vertalen zijn naar kerndoelen, streefniveaus en leerprocessen, dan blijft er in de huidige praktijk weinig van over als een docent zich met 30 leerlingen door het lesprogramma heen moeten werken. Waar blijft dan de verheffing? Waar de persoonlijke groei? Hoe waardeert men dit proces waarbij beleving en passie vastlopen in een modderspoor van vergaderingen en rapportages? Een cijfergemiddelde is niet iets waar de trotse docent zijn voldoening vandaan haalt. Eerder zijn het die enkele pareltjes uit het afgelopen leerjaar, leerlingen die het vak echt snappen en het ook kunnen waarderen: “Daar doe je het voor!” De leerling die daarentegen de cijfermatige doelstelling wel heeft behaald, maar daarna nooit meer een boek aanraakt, is bepaald niet rijk van school gekomen.

Literatuur binnen het vak Nederlands of een moderne vreemde taal is aan het eind van de rit gereduceerd tot het lezen van een minimum aantal boeken van een min of meer verplichte literatuurlijst, en de opdracht daarover te rapporteren in een leesdossier. Veel ouders herkennen de vertwijfelde blik van hun tiener als deze voor die opdracht staat: een literatuurlijst waar weinig herkenning in te vinden is voor een 16 of 17 jarige. Jongerenboeken zijn er niet op terug te vinden, de boeken die de docenten zelf lezen en de Canon van de Nederlandse literatuur zijn verplichte kost. Allemaal verklaarbaar, maar niet motiverend voor de leerling. Terwijl het toch anders kan! Het is veel uitdagender voor leerling én docent om tijdens een eindexamen te praten over een boek dat de docent níet heeft gelezen, dan dat er zo efficiënt mogelijk moet worden vastgesteld of een leerling zijn leesdossier al dan niet in elkaar heeft “ge-copy-paste”.

Structurele aandacht voor boeken die aansluiten bij de belevingswereld van de leerling levert lezers voor het leven op. Vanaf de eerste klas tot en met het eindexamen kunnen docenten hun leerlingen meenemen naar nieuwsgierigheid en leesplezier. Voed leerlingen dan ook met boeken die passen bij hun levensfase, door ze met jonge auteurs in aanraking te laten komen tijdens book-events of door het organiseren van een skype-interview met een buitenlandse auteur en dat gezamenlijk voor te bereiden. Door ze gesproken recensies op een eigen YouTube-kanaal te laten plaatsen en ze filmpjes te laten maken van scenes uit favoriete boeken!

Elke school faciliteert een sportteam, een toneelclub of een debatinggroep. Waarom starten scholen dan geen leespanels waar leerlingen praten over door hen gelezen boeken en elkaar stimuleren nieuwe auteurs en nieuwe genres te ontdekken. Op deze manier is lezen geen solitaire bezigheid maar een beleving die je wilt delen met anderen. Dat werkt niet alleen in een leeskring als je 45 of 55 jaar bent, maar net zo goed als je 15 of 25 bent… Vanuit dit idee lezen en recenseren jongeren in een nieuw initiatief als “De Leesfabriek” boeken die voor hen interessant zijn en delen zij dit online, via Facebook, Twitter en YouTube.

Binnen het vak Nederlands kan persoonlijk groei wel degelijk worden vormgegeven. Sommige docenten slagen daar op een fantastische wijze in. Landelijke organisaties als Stichting Lezen en Stichting Passionate/Bulkboek realiseren kant en klare projecten die algemeen toepasbaar zijn: De Jonge Jury, De Weddenschap, De Inktaap. Maar om de vertaalslag naar de dagelijkse praktijk voor de individuele docent te maken is vaak een steuntje in de rug nodig. Want kennis van het actuele aanbod maakt het literatuuronderwijs wel weer aantrekkelijk en brengt de passie terug in het vak Nederlands! Laten politici en onderwijsinstellingen vooral investeren in persoonlijke rijkdom van de leerlingen en daarmee ook in de motivatie van de docenten. En minder in slagingspercentages en gemiddelde cijfers. Die cijfers worden dan vanzelf hoger.

Geplaatst in Advies op maat, Bibliotheek, Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Voortgezet onderwijs | Getagged , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Leesfabriek op Manuscripta 2012

Manuscripta was een feest.
Allereerst voor de webredactie en de recensenten die aanwezig waren om hun leeftijdsgenoten te laten kennismaken met een plek waar ze hun leespassie kunnen delen. En zeker ook voor Het Leesbureau/De Leesfabriek omdat het een fantastisch podium was om alle aanwezige ‘bemiddelaars’ en beleidsmakers te informeren over het concept en de doelstelling van het project. We willen de Koninklijke Nederlandse Boekverkopersbond dus ook bedanken voor het vertrouwen en de mogelijkheid die we kregen om daar acte de présence te geven.

Het traject begon met de planning van de redactievergadering en maar liefst drie interviews met auteurs. Hoewel dat niet zo zichtbaar is voor de buitenwacht zijn dit toch belangrijke punten omdat ze materiaal opleverden voor de gesprekken met de bemiddelaars en de beleidsmakers. De foto’s die ik tijdens die middag heb gemaakt, hebben we tijdens Manuscripta keer op keer kunnen laten zien aan de ‘bemiddelaars’: boekverkopers, docenten, bibliothecarissen. Ten eerste om voor docenten en bibliothecarissen te illustreren hoe enthousiast de jongeren omgaan met de kansen die De Leesfabriek hen biedt (leesbevorderings-doelstelling). Ten tweede om aan boekverkopers en uitgevers te laten zien dat we heel gericht bezig zijn om (nieuwe) boeken onder de aandacht van de jongeren en dus ook hun docenten te brengen (commerciële doelstelling).

Om een idee te krijgen wat er tijdens Manuscripta gebeurde verwijs ik graag naar de fanpagina van De Leesfabriek op Facebook. De foto’s daar laten jongeren zien die leeftijdgenoten informeren, jongeren die ‘bemiddelaars’ informeren rondom een leuke stand met mooi beeldmateriaal en een groot beeldscherm waarop de website/Facebook/Twitter/YouTube elkaar afwisselden. Er werden flyers en buttons uitgedeeld aan wie maar wilde luisteren, de jongeren van De Leesfabriek konden zich oriënteren op welke boeken ze in het najaar willen gaan recenseren en Het Leesbureau had een paar gesprekken met vertegenwoordigers van de verschillende mogelijke partners. Op Twitter zijn er slechts een paar nieuwe volgers bijgekomen, maar op Facebook is er een groei van 416 naar 472 volgers gerealiseerd.En inmiddels sluipen we naar de 500 likers! Ook het aantal FB-bezoekers op die dagen zorgde voor een groei van 50 %, van 1650 naar 2450. En op maandag naar bijna 2700! Dit is een groei die in het afgelopen weekend natuurlijk te verwachten was. Maar het illustreert meteen ook de noodzaak om ook in deze fase al op festivals e.d. aanwezig te zijn en zo een gestage groei en continuïteit zeker te stellen. Zo vond een van onze beoogde partners, na het zien van de beursstand, het toch wel wenselijk dat De Leesfabriek op 29 november aanwezig zou zijn op de Dag van het Literatuuronderwijs… Dus, wie weet???

Geplaatst in Advies op maat, Bibliotheek, Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Voortgezet onderwijs | Getagged , | Een reactie plaatsen

De Leesfabriek gaat naar Manuscripta

De Leesfabriek zal acte de présence geven bij Manuscripta, de start van het boekenseizoen 2012-2013. Dankzij de medewerking van de Koninklijke Nederlandse Boekverkopersbond kan De Leesfabriek een beursstand realiseren op zaterdag 1 en zondag 2 september. In Amsterdam zullen beide dagen 6 redactieleden/recensenten aanwezig zijn die alleerst de aanwezige jongeren zullen aanspreken. Maar daarnaast zullen zij alle bemiddelaars van boekhandels, scholen en bibliotheken informeren over dit project.

Voor iedereen die nog niet weet wat De Leesfabriek inhoudt geef ik nog even een korte impressie: De Leesfabriek wordt dé digitale ontmoetingsplek voor jongeren vanaf een jaar of 15, die graag boeken lezen. Deze pagina zal groeien naar een grote, landelijke blogsite die voornamelijk vanuit social media wordt gestuurd door jongeren zèlf. “De Leesfabriek” werkt dan ook helemaal zelfstandig en heeft niets te maken met grote uitgeversconcerns of boekhandelsketens. Er is een onafhankelijke webredactie bestaande uit enkele leesgekke volwassenen en vooral: jongeren tussen de 15 en 25 jaar. “De Leesfabriek” wordt dé plek waar jongeren hun informatie over boeken zullen halen en vooral met elkaar zullen uitwisselen, of ze nu in Groningen, Middelburg, Amersfoort, Leuven of Gent wonen. Bovendien kunnen er op lokaal niveau leesactiviteiten georganiseerd worden die jongeren in staat stellen elkaar ook echt te ontmoeten en kunnen er op basis van die ontmoetingen ook lokale, digitale leesfabrieken worden opgezet.

Bij de voorbereidingen kregewn we nog wat vragen uit verschillende hoeken, daarom voor de lezers van dit blog meteen de antwoorden:
1) Er komt géén verkoopsite onder De Leesfabriek te hangen: er is dus geen valse concurrentie voor de lokale boekhandel,
2) We zijn helemaal onafhankelijk, van welke uitgeverij dan ook: de redactie is compleet vrij om boeken te selecteren, geeft haar ongezouten mening en gaat bij voorkeur in discussie over gelezen boeken,
3) Idealiter zal er een netwerk van Lokale Leesfabrieken ontstaan, die allemaal een plek krijgen onder de digitale paraplu boven Nederland en Vlaanderen,
4) Binnen de lokale Leesfabrieken zullen lokale partners (boekhandel/scholen/bibliotheken/podia) een kader krijgen om het contact met jongeren (15-25 jaar) op te starten en te stroomlijnen.
Natuurlijk zal nog heel wat water door de Rijn moeten vloeien voor we er zijn, maar een klein begin hebben we gemaakt.

Geplaatst in Boekhandel, De Leesfabriek, Jongerenliteratuur, Uitgeverij, Voortgezet onderwijs | Een reactie plaatsen

Literaire Summer-Update

Van vakantie terugkomen en de dag erna een ‘Literaire Summer-Update’organiseren voor docenten en mediathecarissen van het Amersfoortse VO is een uitdaging. Toch hebben De Algemene Boekhandel en SpeelBoek dat gedaan en het is wonderwel goed verlopen. Veel werk vóór we op vakantie gingen, de nodige telefoontjes vanaf het vakantie-adres, en twee uur na thuiskomst toch nog even een extra A4-tje in elkaar draaien…
Op dinsdagmiddag 26 juni ontvingen we bijna 30 bezoekers van het Voortgezet Onderwijs in Amersfoort. Van VMBO tot en met Gymnasium, van onderbouw tot en met eindexamen, docenten en mediathecarissen…
Tien verschillende VO-scholen waren vertegenwoordigd op deze inspirerende middag in KAdeCafé. Drie uitgeverijen waren uitgenodigd om elk zes recente titels te laten zien die eigenlijk allemaal op de literatuurlijsten geplaatst kunnen worden. Querido, Podium en Lemniscaat vulden ook een mooie goodie-bag die werd gecompleteerd met het educatieve aanbod van KAde. De roep om herhaling werd meteen al gehoord en dus wordt er een week later al nagedacht over een literair café in Amersfoort…

Nog even mijn persoonlijke tips voor de boeken van deze middag die op de literatuurlijst toegelaten zouden moeten worden:

Arjen Lubach – Magnus (Winnaar Jongerenliteratuur Prijs !)
Sidney Vollmer – Alles ruikt naar chocola
Niels Gerson Lohman – Een rijk alleen
Renske Jonkman – Zo gaan we niet met elkaar om
Daan Remmerts de Vries – Brave nieuwe wereld

Behalve aandacht voor nieuwe titels werden ook mogelijke boekenactiviteiten voorgelegd aan de aanwezigen. Een activiteit rond twee boeken die ‘beweging’ als drager voor hun thema hebben: ‘Dans! Dans!’, een nieuw, in september te verschijnen boek van Lydia Rood (klas 1 en 2) en Niet zonder liefde’ van Marita de Sterck (klas 2 en 3). En bv. ‘Lieve Céline’ van Hannah Bervoets (klas 4). Het boek verhaalt over het kansloze meisje Brook. Welke dromen en ambities heeft iemand die helemaal onder aan de sociaal economische ladder staat? Hoe verhoudt zich dat tot de dromen die de lezers van het boek hebben? Onze bevoorrechte leerlingen dus…

Geplaatst in Boekhandel, Jongerenliteratuur, Uitgeverij, Voortgezet onderwijs | Getagged | Een reactie plaatsen