Blog

Dat Aidan Chambers op zijn 86ste nog een nieuw boek publiceert, The Age Between – personal reflections on youth fiction, is nauwelijks verwonderlijk voor een man wiens hele leven in het teken van literatuur, schrijven en lezen staat. En dat dat boek nu door Joke Linders in het Nederlands is vertaald zou een golf van adrenaline door ons land moeten doen stromen. Het complete netwerk van jeugdliteratuur en leesbevordering in Nederland is doordesemd met zijn visie op kinderen/jongeren en lezen. De ‘aanpak van Aidan Chambers’ zoals verwoord in Leespraat is een bijbel voor het hele veld van onderwijs en bibliotheek tot en met de academische (jeugd) literaire wereld. Toch is dit een heel ander boek geworden dan velen, mijzelf incluis, verwachtten. Tussentijd is een bundeling van essays waarin Chambers ingaat op de vraag of we jongerenliteratuur als een zelfstandig genre moeten beschouwen, tussen kinder- en jeugdliteratuur enerzijds en literatuur voor volwassenen anderzijds. Ik gebruik het woord ‘genre’ hier met schroom, want het is een begrip dat verschillende definities kent. Maar wat Chambers hier betoogt is dat jongerenliteratuur met een eigen canon en een eigen poëtica een eigen plek verdient in het literaire veld. Hij doet dat in een aantal essays over zijn eigen werk, over literatuuranalyse in het algemeen en over jongerenliteratuur in het bijzonder.

De autobiografische component is voortdurend aanwezig in Tussentijd. In het eerste deel vertelt Chambers over zijn eerste jaren als fictieauteur, over wie hem inspireerde, wat hij las en wat hij leerde. Ook in de twee volgende delen komen zijn eigen romans en zijn jarenlange ervaringen met jongeren en boeken steeds terug. Wie Aidan een beetje kent weet dat een vleugje ijdelheid hem niet vreemd is maar zal hem dat zeker niet kwalijk nemen. Hij geeft ons namelijk een prachtige en zeer gedetailleerde analyse van zijn eigen schrijfproces en illustreert dat vanzelfsprekend met zijn eigen romans. Maar niet alleen zijn eigen werk analyseert hij. Terwijl hij argumenteert dat jongerenliteratuur wel degelijk een eigen plaats heeft in het spectrum van de literatuur komen o.a. de volgende werken aan bod: Little Women, De lotgevallen van Huckleberry Finn, The Catcher in the Rye, Bonjour Tristesse, De aantekeningen van Malte Laurids Brigge en ook Het Achterhuis van Anne Frank. Deze (en meer) literaire werken gebruikt hij om diverse onderwerpen te illustreren. Hij bespreekt een aantal kenmerken zoals taal, zelfbewustzijn, het streven naar autonomie, emoties, seksualiteit en liefde, innerlijke strijd, die in jongerenliteratuur op een heel eigen manier worden verwoord door een scala aan Grote Auteurs. En als er al een leeftijd aangewezen zou kunnen worden dan komt hij uit op de periode tussen 13 en 25 jaar waarin hij vooral de psychologische ontwikkeling bespreekt en een zekere ‘liminaliteit’ aanwijst, ‘Liminaliteit’ als in een duidelijke afbakening, grens of overgang.

Het derde deel van Tussentijd is misschien wel meest interessant. Hier bespreekt Chambers een aantal verteltechnieken die voor de geïnteresseerde lezer, maar ook voor beginnende auteurs, erg leerzaam zijn. Om te beginnen is er het creatieve proces van infusie, waarbij de auteur beetje bij beetje zijn personages gedachten, inzichten en wijsheden ingiet die de jongere-in-ontwikkeling in staat stellen echt te groeien (‘coming-of-age’). En ook: hoe kan een auteur zijn personage in de eerste persoon of juist de derde persoon laten groeien en hoe kan de auteur structuur gebruiken?

Het afsluitende hoofdstuk is een weergave van een interview met Aidan waarin de gesprekspartners de stem van het jonge personage en het beeld van de volwassene in het verhaal bespreken. Ook concepten als de-lezer-in-het-boek (the implied reader) en de échte lezers komen ter sprake, naast meervoudige persoonlijkheden, perspectieven en de lezer-als co-auteur.

Hoewel Tussentijd geen academisch boek is geeft Chambers zijn lezers hier toch een flinke kluif. Allereerst omdat veel van zijn vaste lezers door de bril van de literatuurreceptie kijken. Bibliothecarissen, leerkrachten/docenten en leesbevorderaars werken nu al meer dan 15 jaar met ‘de aanpak van Aidan Chambers’ om meer kinderen en jongeren met plezier aan het lezen te krijgen. Lang niet allemaal zullen ze de gehele Dance Sequence hebben gelezen. En ook Tussentijd zal niet snel op tafel komen te liggen als het weer over leesbevordering gaat. Maar toch… Zijn essays bieden veel, heel veel gespreksstof met als centrale stelling dat ‘Jongerenliteratuur’ als een apart genre behandeld moet worden. Zijn schrijftalent en zijn vakmanschap die hij daarbij gebruikt zijn verleidelijke instrumenten, zeker wanneer hij voortdurend de romans binnen de Dance Sequence ten tonele voert. Zo worden Verleden week en Je moet dansen op mijn graf op allerlei manieren overtuigend geanalyseerd. Binnen het (jeugd)literaire netwerk in Nederland zal hij ongetwijfeld veel medestanders voor zijn stelling vergaren.

Maar let op, het gaat hier om literatuuranalyse op basis van ‘personal reflections’ in retrospectief over zijn eigen werk en over zijn eigen inspiratiebronnen. De auteur (!) Aidan Chambers evenwel heeft als beoogd doel het maken van een kunstwerk, een autonoom kunstwerk. En hoewel autonoom, zegt hij daarbij tóch rekening te moeten houden met het gezichtspunt dat hij kiest, met de beoogde lezer én het gegeven dat jongeren minder rijp zijn dan volwassenen (p.172 en 173). Is het dan wel een autonoom kunstwerk, zonder enige beperkingen geschreven, Literatuur met een hoofdletter ‘L’? Houdt deze auteur nu wel of niet rekening met de beoogde lezer, bewust of onbewust? Hoe zet hij de verteller in? In hoeverre houdt de auteur rekening met de complexiteit van de compositie? Dat doet hij dus wél en daarmee kun je zeggen dat de auteur Aidan Chambers, de maker, een literair werk creëert voor een specifieke doelgroep, dus toch Jongerenliteratuur schrijft.

Maar makkelijk maakt de auteur Chambers het zijn lezers niet. Hij zet zijn échte lezers, jongeren dus, het liefst aan het werk. Ze moeten moeite doen om zijn romans te doorgronden (p. 165) en daarmee meer vat te krijgen op hun eigen leven. Maar doen ze dat dan ook niet wanneer ze literaire boeken lezen die niet speciaal voor hen zijn geschreven? Boeken die in de boekhandel en de bibliotheek gewoon onder ‘literatuur’ worden gerangschikt maar wel heel geschikt zijn om ook door jongeren te worden gelezen? Confrontaties van Simone Atangana Bekono werd afgelopen jaar tegelijkertijd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs, maar won ook de Prijs voor het Beste Boek van Jongeren. Alle elementen die Chambers naar voren schuift voor zijn stelling dat Jongerenliteratuur een apart genre is gaan voor dit boek op. Bekono heeft dat allemaal vast niet van tevoren bedacht. Maakt dat Confrontaties tot Jongerenliteratuur? En maakt de omvang en de complexiteit van Dit is alles, Chambers’ beste boek (m.i.), tot literatuur?

Hoe schrijven Edward van de Vendel, Lydia Rood, Rindert Kromhout en Els Beerten hun boeken? Hoe schrijven Marieke Lucas Rijneveld, Anne Eekhout, Michiel Stroink, Philip Huff hun boeken? Tussentijd biedt veel informatie over het schrijven voor jongeren. Voor auteurs én voor lezers is er veel te ontdekken en te overdenken.

 

‘Tussentijd – over het schrijven voor jongeren’ snel bestellen?
Dat kan bij Lbris.nl via deze bestellink of rechtstreeks bij Uitgeverij Schaep14 via info@schaep14.nl

No Comments

Post a Comment